Vijfde week van de vasten – Gluvna1713693600 21/04/2024 10:00 - 12:00

Orthodoxe Parochie Heilige Simeon de Mirreschenker

Блог пост / blogpost

Wie is Jezus Christus?

#8 Wie is Jezus Christus?

In de Orthodoxe Geloofsbelijdenis lezen we het volgende over Jezus Christus:

“Ik geloof….

in één Heer, Jezus Christus,
de Eéngeboren Zoon van God,
Die uit de Vader geboren is vóór alle eeuwen.
Licht van Licht,
Waarachtig God uit een waarachtige God;
Geboren, niet geschapen,
Eén in wezen met de Vader door Wie alles gemaakt is.
Die om ons mensen en onze verlossing uit de hemel is nedergedaald,
En vlees heeft aangenomen uit de Heilige Geest en de maagd Maria, en Mens is geworden.
Die voor ons onder Pontius Pilatus geleden heeft, gekruisigd en begraven is; Die de derde dag verrezen is volgens de Schriften.
Die opgevaren is ten hemel, gezeten aan de rechterhand van de Vader, en Die met heerlijkheid zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden;
Aan Wiens Rijk geen einde zal zijn…”

Kort samengevat, de Orthodoxen geloven dat Jezus Christus volledig God en tegelijkertijd volledig mens is: De Godmens (Богочовек). Dit gegeven is een groot mysterie en kan alleen maar door geloof ervaren (“begrepen”) worden. De Heer Jezus Christus wordt ook wel onze Heiland, Redder en Verlosser genoemd. In deze tekst willen we het hebben over de vraag waarom Jezus Christus onze Heiland, Redder en Verlosser is en waarom Zijn menswording daarin een doorslaggevende rol in speelt.

In de Westerse thelogie en beleving wordt de Verlossing als volgt omschreven (en aanvaard door de meeste christelijke geloofsgemeenschappen):

Verlossing is in het christendom een fundamenteel begrip. Volgens de christelijke leer zit de mensheid sinds de eerste mensen (Adam en Eva) in het paradijs bewust tegen de wil van God ingingen, gevangen in de macht van de zonde (de erfzonde). Dit wordt de zondeval genoemd die beschreven staat in het Bijbelboek Genesis in het Oude Testament. De band tussen God en mens werd door deze zondeval verbroken. Uit deze ontstane toestand kan de mensheid zich niet op eigen kracht bevrijden. Alleen iemand die zowel God als mens is, kan een verzoening tussen God en mensheid bewerkstelligen. Dit is gebeurd in de zowel goddelijke als menselijke persoon van Jezus Christus die volgens diezelfde leer als Verlosser in de wereld kwam en de schuld voor de zonden van de mensen op zich nam door zijn dood aan het kruis en zijn opstanding uit de dood. Volgens de woorden van Jezus Christus, opgetekend in het Nieuwe Tetament, gaan mensen die zijn verlossing hebben aanvaard (over het algemeen gevolgd door de doop) en hun leven overeenkomstig de leer van Jezus Christus hebben geleid niet ‘verloren’; zij worden ‘behouden’ om in eeuwigheid met God te leven…

Uit het Orthodox perspectief is dit een onvolledige beeld (omschrijving) van de verlossing (alleen het op zich nemen van de schuld voor de (erf)zonde lijkt centraal te staan). Als we de hierboven genoemde definitie simplificeren, lijkt het alsof God, om de band te herstellen met de mensheid, zelf mens wordt en zichzelf straft voor de overtredingen van mensen en daarin genoegdoening vindt en de mensen die deze offer aanvaarden niet meer als zondaars beschouwt? Al deze moeite (menswording, het lijden aan het kruis, de dood…) om niet langer boos te zijn op de mensen of (andersom) zodat de mensen zien (en ervaren) dat God niet meer kwaad is op ons? Kon God niet simpleweg een “Sorry” (“het spijt me”) accepteren, en de dood, de duivel en onze neiging tot zondigen opheffen?

Wanneer we naar de eerdere teksten kijken (#5, 6 en 7), lezen we dat dit niet mogelijk is (zonder ons de vrijheid af te nemen) omdat God de dood, de duivel en onze neiging om te zondigen niet gecreëerd heeft. En als God (de Vader) genoegen neemt met het offer aan het Kruis (de dood van Zijn Zoon), hoe is daarmee de dood en de duivel overwonnen en is daarmee plots de zonde verdwenen uit de natuur van de mens (uit ons leven)? Er is dus meer aan de hand bij de menswording van onze Heer Jezus Christus, Zijn dood an het Kruis en Zijn Opstanding. Om de Orthodoxe visie (geloof en ervaring) op de Verlossing te illustreren, zullen we een voorbeeld uit de actualiteit nemen:

https://nos.nl/artikel/2274559-twee-patienten-na-unieke-behandeling-mogelijk-genezen-van-hiv.html

In dit stuk op de NOS webpagina leest u dat er mogelijk twee mensen zijn genezen van het HIV virus. Dit is groots nieuws en (als dit inderdaad waar blijkt te zijn) mogelijk de verlossing voor alle AIDS patiënten. In dit voorbeeld had de genezing van één mens volstaan. Want wat zou een mogelijke gedachte van een HIV patiënt kunnen zijn na het horen/lezen van dit nieuws? Misschien wel: Als het één iemand met een menselijke natuur is gelukt om deze (mijn) ziekte te overwinnen, dan lukt het mij ook (dan is er hoop op mijn genezing). Een zeer hoopvolle, optimistische gedachte. De HIV patient zal vrijwel zeker niet stil staan bij de nationaliteit van de genezen mens. Het maakt niet uit of de genezen mens een Brit, Nederlander, Serviër, Marokkaan, Turk, Peruviaan, Japanner is. Ras of nationalitiet, politieke voorkeur, man of vrouw… – dit maakt plots niets meer uit, ondanks dat het vele mensen in het dagelijks bestaan scheidt en voor (grote) problemen zorgt – opeens zijn we allemaal verbonden in ons lijden (in de ziekte) en de genezing. Het gaat alleen maar om één ding: de genezen persoon moet de menselijke natuur (zoals wij, die genezing zoeken) bezitten.

Als we met deze gedachten weer terugschakelen naar Christus en zijn menswording, zien wij dezelfde hoop en optimisme. Het nieuws heeft ons bereikt, en de getuigen hiervan waren groot in aantal – waaronder de apostelen, dat een persoon genaamd Jezus Christus, met een volledig menselijke natuur (gelijk aan de onze) de dood in is gegaan en vervolgens (na drie dagen) uit de dood is opgestaan. Dit betekent dat ieder van ons, die de menselijke natuur bezit, ook de (angst voor) de dood kan overwinnen. En zoals de met HIV besmette mensen misschien nu op zoek zullen gaan naar diegene die van HIV genezen blijkt te zijn – om naar het medicijn en de therapie te vragen, zo kunnen mensen van Jezus Christus de medicijn tegen de (angst voor de) dood, de heerschappij van de duivel en de zonde krijgen.

Voordat we het over het geneesmiddel van Jezus Christus hebben, nog even over hoe Zijn opstanding vanuit de dood de heerschappij van de duivel over de mensen heeft verbrijzeld. Heilige Johannes Chrysostomos (Јован Златоусти), de Patriarch van Constantinopel (Kerkvader, 4de eeuw) schrijft daarover het volgende: “De Apostel Paulus onderwijst ons wat deze woorden betekenen: “Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel.” (Hebr. 2 – 14) Hier wijst de apostel (Paulus) ons naar iets dat onze verwondering waardig is: dat waarmee de duivel over de mensen heerste, daarmee is hij overwonnen, en dat wat zijn machtig wapen tegen de wereld was – de dood – daarmee heeft Christus hem verslagen; en de apostel getuigt ook over de overmacht van de Overwinnaar (Christus). Zie hoeveel goeds de dood (van Christus) tot stand heeft gebracht? …en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.” (Hebr. 2 – 15) Waarom zijn jullie (mensen) angstig, schrijft hij (apostel Paulus), waarom zijn jullie bang voor hem die vervloekt is? Hij is niet langer angstaanjagend, maar hij is vertrapt, gekleineerd, ellendig en nietig. Wat betekenen de woorden: … die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood? Betekent het dat hij (of zij) die angst heeft voor de dood, zich onderwerpt (slaaf wordt) en tot alles in staat is (om te doen) om maar niet te sterven? Of wilde hij misschien het feit uitlichten dat alle mensen slaven waren en onderworpen aan haar macht – want zij was nog niet vernietigd – of misschien dat de mensen constant met de angst voor de dood leven…? En de apostel wijst ons op het volgende: het is niet alleen dat de dood verslagen is, maar door de dood (van Christus) is ook hij vernietigd die tegen ons (de mensen) een nietsontziende strijd levert (vanaf het begin), en dat is de duivel. Want, wie de dood niet meer vreest, die is buiten het bereik (de tyranie) van de duivel. Deze mens heeft geen angsten meer en bovenal, hij (of zij) is vrij van alles. Want diegene die voor zijn leven niet vreest, vreest zeker niet voor dingen die minder zijn. Wanneer de duivel zo iemand tegenkomt, niets van zijn slechtheid kan hem of haar iets maken. Kan de duivel hem (of haar) zorgelijk (angstig) laten worden voor het verlies van geld en bezittingen, of verbanning uit zijn (of haar) land? Zie je niet dat Christus – door zijn overwinning op de dood – tegelijkertijd de macht van de duivel heeft verbrijzeld? Laat ons dan ook niet afstand doen van het grootste geschenk die wij van God heben gekeregen. Want God heeft ons, zegt de apostel, niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.”

Wat is, tenslotte, het medicijn van Christus waarmee Hij ons genezing geeft over de dood, de duivel en de zonde? Jezus Christus zegt zelf daarover het volgende: “En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit; Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. (Math. 26, 26).

“Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij.” (Joh. 6, 51-57).

Hier lezen we iets dat vanaf de apostolische tijd tot heden bewaard is gebleven in de Orthodoxe Kerk: Onze Heer Jezus Christus heeft de mensheid de Verlossing/Redding van de dood, de heerschappij van de duivel en de onderworpenheid aan de zonde gebracht door Zijn menswording (door het aannemen van de volledige menselijke natuur: ziel, geest, lichaam, wil, energie). In Zijn Persoon zijn de Goddelijke en de menselijke natuur weer verbonden: de mens heeft weer toegang (een organische verbinding) tot de bron van het Leven (God), dat door de zonde niet mogelijk was. Door zijn dood (en Opstanding) heeft Hij (de angst voor) de dood en de duivel verslagen en door Zijn Lichaam te eten en Zijn Bloed te drinken, neemt de mens deel in de verheerlijkte menselijke natuur – die boven de dood, duivel en de zonde staat. Het deelnemen aan de heilige Communie (eten van Zijn Lichaam en drinken van Zijn Bloed) is dus niet een symbolische handeling (zoals bijvoorbeeld gedacht wordt in de Protestantse wereld of bij de Jehova’s getuigen) – ter nagedachtenis aan de dood van Jezus Christus en de belofte dat onze zondes zijn vergeven, maar een deelname aan een groot Mysterie (en het centrale punt van ons geloof), genezing en vergoddelijking.

Deze tekst geeft ook weer waarom de Orthodoxe kerkvaders en moeders, door de eeuwen heen, de dogma dat Jezus Christus de volledige Goddelijke en menselijke natuur bezit, zo vurig verdedigd hebben. Hier en meer over de Orthodoxe dogma’s die verdedigd en bekrachtigd (vastgesteld) zijn door de grote kerkelijke concilies (Васељенски сабори), te beginnen in Nicea in het jaar 325,  in één van de volgende teksten.

De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen!

подели објаву / deel de blog

Повезане објаве / gerelateerde posts